Therapie mag schuren. Veiligheid mag je altijd verwachten.
Lag het aan mij? Over ongemak, onveiligheid en gelijkwaardigheid in therapie
Ik hoor het vaker dan me lief is. Iemand komt bij mij binnen na een eerder traject, en ergens in het eerste gesprek valt een stilte. Dan komt het: “Ik weet niet of het aan mij lag.” Ze vertellen over een moment waarop iets niet goed voelde. Een moment waarop ze dat probeerden te zeggen, en te horen kregen dat het hún weerstand was, hún patroon, hún deel dat zich verzette. Sommigen zijn gestopt. Anderen zijn gebleven terwijl het niet meer klopte. En bijna allemaal lopen ze er nog mee rond, met de vraag of ze het zelf verkeerd zagen. Dit artikel is voor jou, als je die vraag herkent. Ik wil je laten zien wat ik bedoel met een veilige therapeutische relatie, waar het mis kan gaan, en wat je mag verwachten. En het is ook voor mijn collega’s, mezelf inbegrepen.
De voorbeelden in dit artikel zijn samengesteld uit verhalen die ik in de loop der jaren heb gehoord. Ze zijn aangepast, zodat niemand erin herkenbaar is.
Uitdaging is niet hetzelfde als onveiligheid
Laat ik beginnen met iets wat ik belangrijk vind: therapie mag schuren. Groei vraagt soms dat je iets aankijkt wat je liever had laten liggen. Een goede therapeut daagt je daarin uit. Die benoemt het patroon dat je zelf niet ziet, of blijft net even langer stilstaan bij iets waar je snel overheen wilt praten. Dat is waardevol, en soms ongemakkelijk.
Maar uitdaging werkt alleen op een stevige bodem. Je kunt pas uit je comfortzone stappen als je weet dat je kunt terugvallen op veiligheid. Wie zich al jaren beschermt, omdat de wereld ooit niet veilig was, gaat niet open omdat iemand dat van haar eist. Ze gaat open wanneer ze merkt dat het kan.
Hoe ziet dat verschil eruit in de praktijk?
Uitdaging vanuit veiligheid klinkt bijvoorbeeld zo: “Ik merk dat je snel van onderwerp wisselt als we het over je vader hebben. Mag ik daar iets over vragen? Je mag ook zeggen dat het nu te veel is.” De therapeut benoemt iets, maar jij houdt de regie over het tempo.
Druk zonder veiligheid klinkt eerder zo: “Je ontwijkt het weer. Zolang je dat blijft doen, gaan we niet verder komen.” Het kan inhoudelijk zelfs kloppen. Maar de boodschap die binnenkomt, is: je doet het niet goed.
Een voorbeeld. Een vrouw vertelde me dat ze in een eerder traject een oefening moest doen waarbij ze een pijnlijke herinnering hardop moest herbeleven. Halverwege raakte ze volledig overspoeld. Ze kon niet meer praten en voelde haar lichaam niet meer. Toen ze aangaf dat ze wilde stoppen, kreeg ze te horen dat ze er “juist doorheen moest”. Ze maakte de oefening af. De weken erna sliep ze slecht en zag ze vooral op tegen de volgende sessie. Niemand vroeg ernaar.
Was de oefening verkeerd? Niet per se. Maar er was geen bodem onder. En toen ze haar grens aangaf, werd die niet gezien als informatie, maar als iets wat overwonnen moest worden.
Voelt therapie structureel onveilig, dan is dat geen bijzaak. Dan is dat informatie.
Je bent een gelijke
Een therapeut heeft kennis van methoden, patronen en processen. Jij hebt kennis van iets wat niemand anders heeft: jouw binnenwereld. Wat je voelt, wat klopt en wat niet. Hoe het is om in jouw lichaam te leven, met jouw geschiedenis. Therapie werkt het best als die twee soorten kennis elkaar ontmoeten op gelijke hoogte. Niet de therapeut boven de cliënt, maar twee mensen naast elkaar die samen onderzoeken wat er nodig is.
Wat bedoel ik daar concreet mee?
- Je mag vragen stellen. Waarom doen we deze oefening? Wat is het idee achter deze aanpak? Een goede therapeut kan dat uitleggen, en vindt het fijn dat je meedenkt.
- Je mag twijfelen. Ook over de therapie zelf. Twijfel is geen gebrek aan motivatie. Vaak is het juist een teken dat je betrokken bent.
- Je mag nee zeggen. Tegen een oefening, een vraag of een tempo. Dat betekent niet dat je nooit uitgedaagd wordt, wel dat jouw grens het startpunt is van het gesprek.
- Je mag iets van je therapeut vinden. Ook als het niet positief is.
Een man vertelde me dat hij in een eerder traject na een aantal maanden aangaf dat hij het gevoel had dat hij in cirkels praatte. Hij vroeg of ze misschien iets anders konden proberen. Het antwoord was dat hij “nog niet klaar was om echt te veranderen”. Het gesprek ging daarna over zijn weerstand, niet over zijn vraag. Hij heeft het nooit meer aangekaart.
Misschien had zijn therapeut gelijk dat er iets van weerstand meespeelde. Maar zijn vraag was ook gewoon een terechte vraag, en die verdiende een echt antwoord.
Wanneer je gevoel wordt weggezet
Hier wil ik wat langer bij stilstaan, omdat het zo subtiel kan zijn.
Therapeutische taal kan ontzettend helpend zijn. Woorden als beschermer, trigger, innerlijk kind of schema geven je vaak voor het eerst grip op wat er in je gebeurt. Ik gebruik ze zelf ook, met liefde. Maar diezelfde taal kan ook ontsporen. Dat gebeurt wanneer ze wordt gebruikt om terechte kritiek of een terecht gevoel weg te verklaren.
Bijvoorbeeld:
- Je geeft aan dat je je niet gehoord voelt, en krijgt te horen: “Dat is je oude pijn die getriggerd wordt.”
- Je bent boos over iets wat er in de sessie gebeurde, en het antwoord is: “Laten we eens kijken naar dat boze deel in jou.”
- Je zegt dat je therapeut iets kwetsends zei, en de vraag wordt: “Wat maakt dat dit zo binnenkomt bij jou?”
Elk van die reacties kan op een ander moment heel helpend zijn. Het probleem is niet de vraag zelf. Het probleem is wanneer de vraag in de plaats komt van erkenning. Wanneer er nooit eerst wordt gezegd: “Je hebt een punt. Daar zat ik niet goed.”
Want het kan allebei waar zijn. Ja, misschien raakt dit iets ouds in je. En tegelijk kan het kloppen dat er iets misging. Het een sluit het ander niet uit. Een goede therapeut kan die twee naast elkaar laten bestaan.
Wie zich al lastig kan vertrouwen, kan bij zo’n gesprek verder in de war raken. Je gaat twijfelen aan precies dat innerlijke kompas dat je in therapie juist wilde versterken. Voel ik dit echt, of is dit weer mijn patroon? Dat is misschien wel de pijnlijkste schade: niet het moment zelf, maar de twijfel aan jezelf die blijft hangen.
Wanneer het plan niet werkt
Bijna elke therapeut begint aan een traject met een goede intentie. We willen helpen. We hebben iets geleerd waarvan we zien dat het werkt, en we maken een plan. Dat is mooi, en het is ook kwetsbaar. Want wat gebeurt er als dat plan niet aanslaat?
Eerlijk gezegd: dat is frustrerend. Je zet je in, je gelooft in de aanpak, en er verandert weinig. Dat kan aan je knagen. Je kunt je machteloos voelen, of tekortschieten. Dat is menselijk.
Het wordt pas een probleem wanneer die frustratie ongemerkt bij de cliënt terechtkomt. Dan hoor je zinnen als:
- “Je doet niet genoeg je best.”
- “Als je de opdrachten niet uitvoert, is het logisch dat het niet werkt.”
- “Misschien wil je eigenlijk niet echt veranderen.”
- “We kunnen hier niets meer voor je doen.”
Soms zit er een kern van waarheid in. Therapie vraagt inzet, en niet elke aanpak past bij elk moment in iemands leven. Maar kijk wat er gebeurt in deze zinnen: de vraag “past dit plan bij dit mens?” wordt nooit gesteld. De enige vraag is “waarom doet dit mens niet wat het plan vraagt?”
Een vrouw vertelde me dat ze in een eerder traject huiswerkopdrachten kreeg: dagelijks gedachten bijhouden in een schema. Ze had twee jonge kinderen, een zieke moeder en een baan. Het lukte haar een paar dagen, en toen niet meer. Iedere sessie begon met de vraag of ze haar schema bij zich had. Toen er na een aantal maanden weinig vooruitgang was, kreeg ze te horen dat ze “niet genoeg investeerde in haar herstel”. Ze ging naar huis met het gevoel dat ze nu ook in therapie faalde.
Het schema was geen slechte methode. Maar het paste niet bij haar leven op dat moment. En niemand onderzocht met haar wat er wel zou passen.
Een behandelplan is een middel, geen doel. Het is bedoeld om zich aan te passen aan de mens, niet andersom. Iedereen heeft een eigen tempo, een eigen geschiedenis en een eigen levenspad. Wat voor de één een doorbraak is, is voor de ander een muur. Als een aanpak niet werkt, is dat geen bewijs dat jij niet goed genoeg je best doet. Het is een uitnodiging om samen opnieuw te kijken.
Ook het woord “uitbehandeld” verdient hier een moment. In de zorg betekent het meestal dat de behandelingen die op die plek beschikbaar zijn, niet meer helpen. Het betekent niet dat jij niet geholpen kunt worden. Toch komt het bij veel mensen precies zo binnen: als een oordeel over wie ze zijn, in plaats van over wat er werd geprobeerd. Als je dit woord ooit hebt gehoord, weet dan: het zegt iets over de grenzen van een aanpak, niet over jouw mogelijkheden.
Ook therapeuten maken fouten
Therapeuten zijn mensen. Wij worden ook weleens geraakt. We reageren te snel, zien iets over het hoofd, zijn moe, of handelen vanuit onze eigen emotie. Dat is niet erg. Het is onvermijdelijk. Wie met mensen werkt, raakt en wordt geraakt.
Wat ertoe doet, is wat er daarna gebeurt.
Onderzoekers die zich al decennia met de therapeutische relatie bezighouden, beschrijven breuken in die relatie als iets wat in vrijwel elke therapie vroeg of laat gebeurt (Safran, Muran & Eubanks-Carter, 2011). Een overzichtsstudie van elf onderzoeken, met samen ruim 1300 cliënten, liet bovendien zien dat het herstellen van zo’n breuk samenhangt met betere resultaten van de therapie (Eubanks, Muran & Safran, 2018). Een breuk die goed hersteld wordt, kan de relatie dus sterker maken dan ze daarvoor was. Fouten zijn in die zin geen mislukking van de therapie. Ze kunnen er juist een belangrijk onderdeel van worden.
Hoe ziet goed herstel eruit? Vaak begint het met iets heel eenvoudigs:
“Je hebt gelijk. Ik reageerde vanuit mijn eigen emotie, en dat had niet mogen gebeuren. Ik snap dat dit naar voor je was. Het spijt me.”
Let op wat er in die zinnen zit. De therapeut erkent wat er gebeurde. Neemt verantwoordelijkheid. Erkent jouw ervaring. En maakt het niet kleiner dan het was.
Vergelijk dat met wat ik ook vaak hoor:
- “Het spijt me dat je het zo ervaren hebt.” Dat klinkt als een excuus, maar het legt de oorzaak bij jouw ervaring, niet bij wat er gebeurde.
- “Ik reageerde zo, maar dat kwam doordat jij…” De erkenning wordt meteen teruggenomen.
- Helemaal niets. Het moment wordt nooit meer benoemd, en jij blijft er alleen mee zitten.
Voor veel cliënten is een echt excuus misschien de eerste keer dat iemand in een machtspositie zijn fout erkent. Dat is geen zwakte van de therapeut. Dat ís de therapie. Het laat je ervaren dat een relatie een breuk kan overleven, en dat jouw gevoel er mag zijn. Voor wie ooit leerde dat het altijd aan jou lag, kan dat helender zijn dan welke techniek ook.
Aan mijn collega's
Ik schrijf dit niet om met de vinger te wijzen. Ik schrijf het ook voor mezelf. Ik heb ook momenten gehad waarop ik achteraf dacht: dat had ik anders moeten doen.
Wij dragen een verantwoordelijkheid die groot is, juist omdat mensen bij ons komen op hun kwetsbaarst. Dat vraagt dat we onze rol pakken. Dat we de veiligheid bewaken, ook als het lastig wordt. En het vraagt ook dat we mens durven zijn in die rol.
Een paar vragen die ik mezelf stel, en die ik je meegeef:
- Wanneer een cliënt kritiek heeft, onderzoek ik dan eerst mijn eigen aandeel, of ga ik meteen naar het hare?
- Gebruik ik mijn kennis om te begrijpen, of soms ook om gelijk te krijgen?
- Wanneer mijn aanpak niet aanslaat, vraag ik me dan af of mijn plan past bij deze cliënt, of vooral waarom de cliënt niet meewerkt?
- Herken ik mijn eigen frustratie of machteloosheid, voordat die in de sessie terechtkomt?
- Kan ik zeggen: “Hier ging ik in de fout”, zonder dat het voelt als falen?
- Durf ik mijn eigen trigger te herkennen, en daar met een collega of in supervisie naar te kijken?
Fouten maken mag. Echt. Ons verschuilen achter een methode, een titel of een theorie niet. Juist wanneer wij als therapeut kwetsbaar durven zijn, laten we zien wat we van onze cliënten vragen.
Dezelfde maatstaf, overal
Er is veel kritiek op therapeuten en behandelaren buiten de reguliere zorg. Soms is die kritiek terecht. Mensen die hulp zoeken, zijn vaak kwetsbaar, en het is goed dat we daar met z’n allen scherp op zijn. Ook ik vind dat er in mijn eigen veld dingen gebeuren die niet oké zijn.
Maar die scherpte hoort overal te gelden. Een onveilige therapeutische relatie is niet minder schadelijk omdat ze plaatsvindt binnen een erkende instelling of met een bewezen methode. En ook niet schadelijker omdat ze daarbuiten plaatsvindt. Een methode zegt iets over wat er in de therapie gebeurt. Het zegt niet automatisch iets over hoe het voelt om daar te zitten.
Goede therapie herken je niet alleen aan een diploma of methode, maar aan of je je er veilig en gezien voelt. Dat mag je van iedere therapeut verwachten. Ook van mij.
Hoe weet je of het goed zit?
Twijfel je of je huidige of vorige therapie veilig voelde of voelt? Een paar vragen die je jezelf kunt stellen:
- Durf ik te zeggen wat ik denk, ook als het kritisch is?
- Wordt mijn grens gerespecteerd, ook als die ongemakkelijk is?
- Voel ik me na een sessie weleens geraakt of moe, maar niet structureel kleiner?
- Als er iets misging, werd dat dan benoemd en hersteld?
- Past de aanpak bij mijn leven, of moet ik mijn leven passend maken voor de aanpak?
- Heb ik het gevoel dat we samenwerken, of dat er iets met mij gedaan wordt?
Er is geen perfecte therapie. Maar als je op meerdere van deze vragen “nee” antwoordt, mag je dat serieus nemen.
Wat kun je doen?
Herken je jezelf hierin? Dan zijn er een paar dingen die je kunt doen. Geen ervan is verplicht. Kies wat bij jou past.
- Bespreek het met je therapeut. Zit je nog in een traject, vertel dan wat je voelt. Je hoeft het niet perfect te verwoorden. “Er is iets wat me dwarszit over vorige week” is genoeg. Een goede therapeut maakt daar ruimte voor, ook als het over hem of haar gaat.
- Neem het serieus, ook achteraf. Je gevoel is geldig, ook als het traject al voorbij is. Je mag om een gesprek of erkenning vragen. De meeste instellingen hebben een klachtenfunctionaris die je daarbij kan helpen.
- Praat erover met iemand die je vertrouwt. Soms helpt het al om je verhaal te vertellen aan iemand die zegt: “Dat klinkt niet oké.”
- Durf opnieuw hulp te zoeken. Eén nare ervaring betekent niet dat therapie niets voor je is. Zoek iemand bij wie je je vanaf het eerste gesprek gehoord voelt, en neem de tijd om dat te voelen. Een kennismakingsgesprek is er ook voor jou.
En als je daarover wilt praten, ben je van harte welkom bij mij.
Bronnen
- Eubanks, C. F., Muran, J. C., & Safran, J. D. (2018). Alliance rupture repair: A meta-analysis. Psychotherapy, 55(4), 508–519.
- Safran, J. D., Muran, J. C., & Eubanks-Carter, C. (2011). Repairing alliance ruptures. Psychotherapy, 48(1), 80–87.



